Ja, door akkoord te klikken ga ik akkoord met de cookies, scripts en webbeacons die via regio15 geplaatst kunnen worden. Ik begrijp dat deze cookies, scripts en webbeacons door regio15 en door derden geplaatst kunnen worden voor functionele en analytische doeleinden, voor social media, om mij advertenties te tonen, mijn surfgedrag te volgen en te analyseren, of gewoon omdat het kan. Ik ga er ook mee akkoord dat met behulp van deze cookies, scripts en webbeacons persoonsgegevens over mij kunnen worden verwerkt voor deze doeleinden.

Ondanks dat ik op de rest van het internet prima mijn eigen privacy kan regelen of er simpelweg niet om geef, ben ik toch dankbaar dat de overheid mij overal op het Nederlandse web van dit soort nep-privacy-beschermings­stickers voorziet.

Een standaard klusje ???

Een standaard klusje ??????

 

 

 

Net thuis, moe van het tegen de wind in fietsen na een late dienst, (windkracht 6 / 7 valt niet mee kan ik u vertellen) wilde net beginnen met uitkleden om het bed in te duiken.

Liesbeth slaapt al. Ik druk net mijn pieper in de oplader………De meeste kennen het wel: een rood lampje, getril en een hoop kabaal: “Prio 1 Autospuit Wateringen en de HV van Delft, A4 links bij 51.1 voor een beknelling. Einde bericht”.

 

“Nou, dat is lekker, ik ben nog aangekleed………kan ik misschien deze keer mee op de spuit………” zeg ik nog tegen mijn vrouw.

“Doe je voorzichtig EN het licht uit” weet ze er nog uit te brengen voordat ze volgens mij weer heerlijk vertrekt richting Droomland.

 

Rustig naar beneden, want ik wil de kinderen niet wakker maken, mijn jas gepakt, mijn schoenen aangeschoten en naar buiten. BWAM !!! Peet, sukkel, dat was de voordeur en waarschijnlijk heb ik eea wakker gemaakt binnen !!! “Sorry lieverds”, denk ik terwijl ik de auto instap.

Het is rustig op de weg richting kazerne, dus kan ik lekker opschieten; niet van die ‘zondagsrijders’ die ineens 25 km/u gaan rijden, als ze zien dat je meer dan gemiddeld haast hebt. Wel die waardeloze ‘autoslopers’ (ook wel verkeersdrempels genoemd) waar de gemeente wel subsidie voor móet krijgen. Anders leg je die dingen toch niet midden op de weg ??

Aangekomen bij de kazerne, staan er 2 auto’s flink scheef in de vakken, zodat ik maar besluit om mijn auto stijf daarachter te parkeren. Nog net niet op het fietspad, zie ik als ik uitstap en richting de deur loop. Een collega staat de deur open te houden (Bedankt man, nu hoef ik mijn tag niet te gebruiken) en roept dat er nog 1 persoon nodig is. “Briljant, deze keer ga ik mee”, want in het aankleden ben ik snel. Vind ikzelf tenminste.

Inderdaad ga ik het redden; ik klim als vierde in de 531. Brul naar voor: “Achterin zitten we vol !!”. Maar aangezien er nog niet weggereden wordt, kijk ik instinctief naar links en zie daar een aspirant-collega staan. Snel gooi ik de deur open, trek hem naar binnen en geef hem mee dat hij op 5 moet gaan zitten. “Wellicht leer je er nog wat van. Kijk en doe er je voordeel mee”. Ik weet nog goed dat dat ook tegen mij werd gezegd door een toenmalige collega, toen ik meeging naar m’n eerste beknelling.

Afijn, we vertrokken met toeters en bellen richting A4. Bij het kruispunt van de Wippolderlaan met de Laan van Wateringseveld, sprong het stoplicht op rood en gebeurde waar we allemaal op hoopten: FLITS……… FLITS en een hoop gejuich in de autospuit; Dat is een mooie foto. “Is die na te bestellen??” roep ik naar de chauffeur.

Met dat we de A4 opdraaien, horen we over de mobilofoon een voertuig zich ter plaatse melden. “Was dat de autospuit van Rijswijk ? Dan gaan we naar een middel HV”.

2 autospuiten aanrijdend, zou het een kettingbotsing zijn ?

We zagen, op de A4, dat er bij het viaduct van de Beatrixlaan kruizen boven de weg verschenen.

De bevelvoerder meldt zich ter plaatse en we zien maar 1 auto op de linkerbaan, tegen de vangrail staan. Met dat we uitstappen, wordt er flink aan de inzittende van de auto getrokken. “Dit is niet goed, ze zijn al begonnen en aan de manier waarop ze dit doen, is te zien, dat het niet goed gaat met het slachtoffer”.

De aanvalsploeg, de bevelvoerder en de waterploeg lopen snel richting de auto. De OvDB staat bezorgd te kijken; “Wacht nog even met je inzet” zegt hij tegen de bevelvoerder. De aanvalsploeg en ik lopen snel richting brancard en helpen om het slachtoffer daar op een redelijke manier op te krijgen. Dat viel nog niet mee, want het bleek een stevige dame te zijn, die wild lag te zwaaien met haar armen. Ook haar bovenlichaam kwam regelmatig omhoog. Ik hoorde haar heftig kreunen en onduidelijke geluiden maken.

“Dit is echt niet goed”, dacht ik bij mezelf en pakte haar arm om die te fixeren met een riem, die ik overgaf aan de ambulance broeder aan de overkant van de brancard. Tot 2 x toe heb ik haar arm opnieuw moeten ‘inpakken’; ze was ongecontroleerd wild aan het bewegen.

De brancard naar de ambulance gereden en haar overgedragen aan het personeel van de ambulance.

Ineens zag ik Bart. Hij is chauffeur op de ambu (én vrijwillig bevelvoerder bij de brandweer ’s-Gravenzande). Hij zag mij ook en we maakten elkaar duidelijk dat we blij waren elkaar te zien. Hierna ging hij verder met het slachtoffer en ging ik terug naar de bevelvoerder, om te zien of hij nog een opdracht voor me had; het was voor ons immers klaar. Het slachtoffer lag in de ambu en voor ons was er verder weinig te doen, dan hand en spandiensten verlenen aan de politie. Dacht ik……

Met dat ik met de bevelvoerder terugloop naar de auto, waar we ondertussen de accupolen hebben losgeknipt (in het donker is een sleuteltje 13 erg lastig te vinden, kan ik nu uit ervaring vertellen) en het voertuig op uitstromende vloeistoffen hebben gecontroleerd, zie ik naast de ambulance een broeder staan en met grote ogen kijkt hij onze kant op. “We hebben handjes nodig, het gaat niet goed”. Ik kijk de bevelvoerder vragend aan en hij vindt het goed dat ik ga helpen in de ambu. “Dat red jij toch wel, Peet?” Voordat ik antwoord kan geven, ik was ondertussen naar de ambu gerend, word ik erin geduwd. “Ga maar aan haar hoofdeinde zitten en fixeer haar hoofd. Ze is heel wild en…… o ja, als het niet gaat moet je het zeggen hoor!!”

Heb me tussen 2 broeders doorgewurmd en ben aan het hoofdeinde gaan zitten. Wat ik toen zag, zal ik mijn leven niet meer vergeten; deze vrouw haar halve gezicht was praktisch weggeslagen. Ik zal u de details besparen, maar dat het niet goed ging hoefden ze mij niet meer te vertellen; dat was voor mij zeer duidelijk. Ze vocht voor haar leven, wat het voor het verplegende personeel van de ambulance niet makkelijk maakte om haar te stabiliseren. Omdat het intuberen niet lukte ging men haar eerst uitzuigen, om zo ruimte te verschaffen, zodat de tube beter in haar luchtpijp kon. Gelukkig lukte dat op een gegeven moment, maar het volgende probleem diende zich al weer aan; weer was ze enorm onrustig en sloeg herhaalde malen met haar armen en zelfs met haar bovenlichaam. Bart was ondertussen bijna op haar gaan zitten, want er kon geen ader aangeprikt worden voor de infusen, zo onrustig was ze. Bijna gelijktijdig was op de monitor een langgerekte streep te zien; GEEN pols !!! Direct begon Bart met hartmassage en mij werd gevraagd uit te stappen om het masseren over te nemen, zodat hij zich ook met het slachtoffer kon bezig houden. Eerlijk gezegd vond ik dat niet eens erg; ik heb, denk ik 10 minuten, redelijk dicht op haar hoofd gezeten en dat was geen pretje !!

Ondertussen kwam de OvDB naast me staan en keek verbaasd naar binnen: “Zijn ze aan het reanimeren, Peet……?” en hij loopt weg. Woest pakt hij zijn mobieltje en toetst een nummer in.

Een agent van de KLPD komt naar me toelopen en ziet er ook al zo woest uit. “Vuile schoften zijn het, als ik er ook maar eentje te pakken krijg, dan……Wat een beesten” (Als ik alle vloeken weglaat, zei hij erg weinig. Ik heb het maar even vrij vertaald met uw goed vinden). Ik vraag hem wat er is, waarom hij zo loopt te steigeren en krijg het volgende, onthutsende antwoord: “Die schoften hebben een steen vanaf het viaduct naar beneden gegooid en zij heeft dat ding vol in haar gezicht gekregen……………”

Ik voel woede, onmacht, maar bovenal verdriet. “Welke hufter haalt het in zijn hoofd om zomaar iemand het leven uit te schoppen? Hoezo ZINLOOS GEWELD ?? In wat voor een wereld leven we eigenlijk ??”

Ik word door Bart weer de realiteit in geroepen. Ik moet achter in de ambulance plaats nemen en assisteren tijdens de rit naar het Westeinde Ziekenhuis. Ondertussen was dit al met mijn bevelvoerder overlegd. Hij zou er voor zorgen dat ik daar zou worden opgehaald.

 

Als we richting Westeinde vertrekken, blijkt dat de collega’s al met de 531 zijn vertrokken; ik heb het niet eens in de gaten gehad.

Onderweg wordt er door de verpleegkundige naar de traumakamer van het Westeinde Ziekenhuis gebeld met de mededeling dat ze iedereen die beschikbaar is, op moeten roepen. Ik moest het slachtoffer ondertussen goed vast houden, want ze lag nog steeds niet vast. En dat tijdens een A1 rit (in brandweer termen is dat een Prio 1) over de snelweg en door de binnenstad. Hangend en duwend in een, voor mij te, lage ambulance over de snelweg; ik heb er nog spierpijn van in mijn rechter bovenbeen. “O ja Peet, hier heb je een zak met zoutoplossing, verwissel jij die even met die lege………ik haal die lege er voor je af en sluit de nieuwe alvast aan. Doe jij er maar een bandje omheen, zodat er meer druk inkomt. Pak jij even een ampul Valium. Geef je deze spuit met valium even aan Bart. Geef mij de zuurstofles even aan. Dat slangetje wat er aan vast zit, maak dat even vast op het masker. Peet, kun jij zien wat haar tensie is ??”

“Hallo, ik ben Peter; Brandweerman. Weten jullie nog ?? Ik vind het prima om te helpen, maar weet niet alles hoor…………”

Eigenlijk wilde ik dit wel uitschreeuwen, maar op dat moment handel je gewoon. Ik heb wel alles laten bevestigen of het goed was wat ik deed. Gelukkig was dat het geval en dat sterkt je dan wel weer. Maar achteraf vraag je jezelf af hoe dat zo goed kon gaan !!

Aangekomen bij het ziekenhuis, hebben we als een speer haar naar de traumakamer gebracht, alwaar inderdaad een 10-tal artsen op ons stonden te wachten. Wat mij enorm opviel, was de schok die er door die artsen heen ging, toen ze zagen hoe ons slachtoffer er werkelijk aan toe was. Volgens mij hadden ze niet in de gaten met wat voor patiënt/slachtoffer we binnen zouden komen; wellicht onderschat?

Bart legde me uit wat ze aan het doen waren en wie wie was. Ik ervoer het als een soort ER-live; heel apart, maar wel de keiharde realiteit.

Na ongeveer 10 minuten zijn we teruggelopen naar de ambulance. Toen pas zag ik hoe die er uitzag; overal bloed, zelfs op het plafond. De verpleegkundige had zelfs de spetters in zijn gezicht zitten. Ineens ontdekte ik ze bij mij ook op mijn uitrukoverall, mijn handschoenen, mijn helm en mijn laarzen. “Nou dat wordt flink schrobben zo, Peet” zei Bart nog tegen me, terwijl hij de brancard onderhanden nam.

Na een zwaar shagje te hebben gerookt ( tja na zo’n inzet was dat even nodig), ben ik naar de hoofdingang gelopen, waar ik hoopte dat men me snel zou komen halen. Ik zat er even doorheen.

De collega’s van de ambulances, de tweede was achter ons aan gereden naar het Westeinde, en ik schudden elkaar de hand en bedankten elkaar voor de hulp. Ze vertelden me dat dit een unieke rit is geweest in velerlei opzichten; al was het alleen maar dat ik achterin mee moest om te assisteren. Ze drukten me op het hart dat dit alleen in zeer uitzonderlijke gevallen gebeurde. (Dat had ik weer). . “Deze vergeet je nooit meer” hoorde ik nog achter me zeggen. “Tja, daar ben ik ook bang voor”.

 

De bevelvoerder en de chauffeur van de TS kwamen inderdaad naar het ziekenhuis en na een bakkie gedaan te hebben zijn we terug richting Wateringen gereden. We hebben onze ervaringen uitgewisseld en wisten eigenlijk dat deze vrouw het niet zou gaan redden.

Helaas !!

 

Op de kazerne waren 2 collega’s nog aanwezig en met dat wij binnenkwamen ging de telefoon; de RAC. “Mevrouw is overleden, dat is ons door het Westeinde net medegedeeld”.

Toen knapte er iets in me. Ik ben zo kwaad geworden en wilde eigenlijk de portofoon, die ik nog mijn handen had om op te ruimen, een gigantische gooi richting een raam geven……

Ik heb het maar niet gedaan; zinloos geweld genoeg gezien vannacht. Iemand pakte de portofoon over en ik ben mijn helm maar even gaan schoonmaken.

Ondanks dat ik al vermoedde dat het slachtoffer het niet zou redden, had ik niet verwacht dat ze zo snel al zou overlijden.

Hierna met z’n vijven het incident kort na besproken. Wat de boventoon voerde was het feit dat het allemaal zo triest, zo zinloos was, wat er gebeurd was. Een jonge vrouw van 30 jaar, had haar oma net in Den Haag thuis gebracht en wordt op de terugweg gewoon het leven uit gegooid. WAAROM ?????? Om niets. Iemand, maar waarschijnlijk was het een groep, vond het ‘leuk’ om puin vanaf een viaduct te gooien. Zomaar ??????

Ik mag hopen dat ze er zoveel spijt van krijgen, dat ze zichzelf en/of de anderen aangeven.

 

Na het napraten zijn we naar huis gegaan; u zult begrijpen dat ik niet direct in slaap kon komen. Een flinke tijd heb ik liggen woelen, maar viel gelukkig rond half 3 in slaap. Mijn vrouw is half wakker geweest toen ik het bed in kroop, maar ik heb haar toen maar niet vertelt wat we hebben moeten doen, tijdens deze inzet. Dat komt morgen wel.

 

 

Het is zoals u ziet, geen standaard klusje geworden, verre van dat. Zijn die er eigenlijk wel binnen ons vak?

We hebben met Brandweer, Ambulance en Politie de avond er opvolgend een goed BOT-gesprek gehad. Het was emotioneel, maar zeer belangrijk dat we het met elkaar hebben kunnen delen.

Zelf denk ik ook dat dit (het BOT-gesprek) erg goed is voor de verdere samenwerking

In de toekomst. Je kent elkaar nu beter; niet alleen van gezicht, maar weet hoe je collega’s doen en denken. Zeker voor het verwerken van dit gruwelijke incident, is het erg goed geweest dat we allen ons verhaal bij elkaar hebben kunnen doen.

 

Toch blijft het me bezig houden; het kan toch niet zo zijn dat die hufters ( eigenlijk is dat nog een veel te nette betiteling) die dit op hun geweten hebben, vanaf nu nog rustig gaan slapen ?? Ik kan het al niet de afgelopen 2 nachten, laat staan zij. Ik hoop zelfs dat ze er niet van kunnen slapen, dat ze er zoveel last van krijgen dat ze zichzelf aangeven. Oké, de familie van het slachtoffer krijgt haar er daardoor niet mee terug, maar dit moet opgelost worden. Hoe dan ook.

 

Ik heb er veel over kunnen en moeten praten, wat het verwerken geheel ten goede komt, maar het heeft niet het gevoel weggenomen dat ik, toen ik met de auto, over de A4 rijdend, langs het viaduct kom waar vanaf de steen is gegooid……… angstig naar boven keek…… Gelukkig er stond niemand!! Een paar honderd meter verder staat er links in de middenberm een wit kruis met wat bossen bloemen er om heen……………………

 

Vindt u het erg dat ik weer een paar keer flink moest slikken?

Waarom? Ach, ik denk dat ik dat hierboven wel duidelijk heb beschreven; ik ben, gelukkig, ook maar een (gevoels)mens.

Ik hoop dat ik niet te veel in detail ben getreden, want ik wil niemand afschrikken. Mijn bedoeling is alleen geweest om het voor mezelf eens op papier te zetten (en u daarvan deelgenoot te maken). Voor de collega’s die niet zijn mee geweest, maar vooral voor de partners thuis, is het niet altijd makkelijk om te weten wat zich af heeft gespeeld tijdens een uitruk. Vandaar mijn ervaring en gevoel daar bij.

Hopelijk vindt u het niet erg dat ik dit heb gedaan.

Ik hoor graag van u;

Peter Smit

11-01-2005

Update: naar aanleiding van deze zaak zijn drie verdachten aangehouden. Zie hier, hier, hier en hier voor de achtergronden.