Even vanuit het standpunt van chauffeur-pompbediener bekeken....

Hoge druk kennen ze hier niet; alleen lage druk. Bij het inschakelen van de PTO voert de pomp de druk automatisch op tot 130 psi (zo'n 9 bar); de engineer kan daarna omhoog of omlaag gaan in druk m.b.v. tiptoetsen. De nozzles kunnen ingesteld worden; behalve voor een brede of gebonden straal kan de straalpijpvoerder met een draairing ook de doorvoer ('flow') regelen (in gallons per minute). Op die manier proberen ze de waterschade binnenshuis nog een beetje te beperken.

Er wordt gewerkt vanaf brandkranen of met 'water tenders' (tankers); open water kennen ze nauwelijks, want het is hier zo droog als het maar zijn kan. Een slootje op de hoek is dus niet zomaar gevonden.

DSC01801
Voorbeeld van een watertender

De pompbediening op de autospuit zit bij allemaal links opzij; net achter de cabine. Omdat de wegen hier veel breder zijn is dat geen probleem; ik heb ze uitgelegd dat ze bij ons midden achter zitten i.v.m. de kleine/smalle straten. Hun ladderrek klapt bijvoorbeeld ook opzij; en rolluiken kennen ze niet (het zijn kleppen die je openklapt); dat zou bij ons niet handig zijn !

Er liggen achterop een paar lengtes klaar, met straalpijpen erop (de zogenaamde pre-connects). Daar wordt de eerste aanval mee ingezet. Haspels met hogedruk kennen ze dus niet; op sommige engines zitten wel haspels; maar dat is ook lage druk en bedoeld voor een klein grasbrandje e.d. Op sommige engines zit een kleine extra pomp; waarmee ze rijdend kunnen blussen (dus: de PTO niet voor in hoeven te schakelen). Ook dat is bedoeld voor buitenbrandjes.

HV gereedschap zit er nauwelijks op; hoogstens een combischaartje en een hydraulische deurforceerder. Voor de rest komt de 'truck' (ladderwagen); daar zit het grotere redgereedschap op. De truck zelf heeft ook een pomp en een dubbele cabine; en kan dus als zelfstandige bluseenheid optreden.

Als ze met toeters en bellen rijden ('code 3') hoort het verkeer in hun ogen aan de rechterzijde van de weg stil te gaan staan; zowel in de rijrichting als in de tegenovergestelde richting. Zelf rijden ze dan zo links mogelijk tegen de wegas aan; over 'tegen het verkeer inrijden' wordt helemaal niet moeilijk gedaan.

De sirenes worden bediend met voetpedalen; als de zaak aanstaat kan de chauffeur met een pedaal de growler bedienen (het 'jank geluid'); zowel de bevelvoerder als de chauffeur kunnen ook de grote toeter ('air horn') bedienen. Op de lange rechte stukken blijven ze van de voetpedalen af en valt de sirene dus na verloop van tijd stil.

Ze onderscheiden sirenes (electronisch); growlers (de ronde, mechanische sirenes voor op de bumper; vergelijkbaar met onze oude BB-sirenes) en sinds kort ook 'rumblers'. Het laatste is een subsonisch ding die de auto's voor je in trilling brengt; op die manier willen ze de aandacht trekken van mensen die de stereo voluit hebben staan.

DSC02047
De growler; midden voor op de bumper

Of er al dan niet met toeters en bellen gereden wordt, ligt niet zo strak vast als bij ons. Er zijn wel richtlijnen voor; maar ik krijg de indruk dat er voor elk wissewasje 'code 3' gereden wordt; en dat niemand daar verder mee zit.

Op heel veel verkeerslichten in Temecula zitten Opticom ontvangers; op of in de zwaailichtbalken zitten Opticom zenders. Als ze met toeters en bellen rijden, worden op die manier zoveel mogelijk de verkeerslichten op groen gezet.